Wie was Justus van Maurik?
Justus van Maurik jr. Nederlands proza- en toneelschrijver (Amsterdam 16.8.1846-18.11.1904).
Justus van Maurik was een typische Amsterdammer, in het dagelijks leven was hij sigarenfabrikant.
Hij genoot een enorme populariteit met stukken voor het volkstoneel als Een bittere pil (1873) en Janus Tulp (1879), doch vooral met zijn levendige maar oppervlakkige vertellingen, die hij zelf met groot succes placht voor te dragen. Hoewel de grappigheid en het sentiment er vaak al te dik oplagen en hij weinig oog had voor sociale vraagstukken, gaf hij het Amsterdamse volksleven op rake wijze weer.
Zijn talrijke novellenbundels als Uit het volk (1879), Van allerlei slag (1881), Met z'n achten (1883), Burgerluidjes (1884), Uit één pen (1886) en Papieren kinderen (1888) beleefden vele drukken en werden in 1895 in een volksuitgave (Werken) gecombineerd en in 1900 herdrukt in acht delen Novellen en schetsen. In 1897 verscheen Indrukken van een `Tòtòk', dat in 1965 herdrukt werd in de bewerking van H. Hardon, een werkje waarin de schrijver zich zeer wel van de toenmalige Indische toestanden op de hoogte toonde. Een getrouw beeld van het 19de-eeuwse leven gaf hij in Toen ik nog jong was (1901, 1967 2 ).
Met J. de Koo was hij redacteur van De Amsterdammer. Hij kan beschouwd worden als de laatste, zwakke vertegenwoordiger van de 19de-eeuwse humorcultus in Nederland.
Uitgave: Krates, een levensbeeld (1974), met een naw. van Tj.W.R. de Haan.
Literatuur: Cd. Busken Huet, `J.v.M.jr.', in Litt. fant. en krit., dl. 11 (1881); J. ten Brink, Gesch. Noordnederl. Letteren in de 19de eeuw, iii (1902-1904 2 ); J.H. Roessing, Uit het leven van J.v.M. (1904); A. Fabius, Levensber. Mij Nederl. Lett. (1905); H. Hardenberg, `J.v.M.', in Spiegel der Historie, 2, 7-8 (1967); B. Büch, `v.M.', in Literair omreizen (1983).
[G.W. Huygens]